Een leraar moet zijn taal goed beheersen - Het Parool - 16 dec 2010
We lazen eerder al in de krant dat het Nederlands van voorschoolleidsters onder de maat is. Volgens u speelt het probleem ook op basisscholen en middelbare scholen?
“Ja. Toen ik nog lerares was op het vmbo verbaasde ik me soms over het taalniveau van mijn collega’s. Hun Nederlands was slecht. Vaak waren zij allochtoon. Daarom nam ik aan, zoals veel mensen, dat vooral docenten van buitenlandse komaf een taalprobleem hadden. Dat blijkt helemaal niet waar te zijn.”
“Er komen steeds meer signalen uit zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs dat er docenten zijn die het Nederlands slecht beheersen en moeten worden bijgeschoold. En dan gaat het ook om leraren met een Nederlandse achtergrond. Op een middelbare school heeft ons instituut zelf taaltoetsen afgenomen. Daar was het niveau te laag, ook van sommige autochtone docenten.”
Heeft u een idee hoe groot het probleem is?
“Naar de omvang van het probleem is nog geen onderzoek gedaan. Maar ik vermoed dat het erger is dan wij durven denken. Laatst hebben we alle 59 docenten van een vmbo-school getest. Omdat leraren er te veel taal- en spelfouten maakten in externe communicatie en moeite hadden met tekstopbouw, vreesde de schoolleiding dat het taalniveau te laag was. Ik dacht nog: Zo erg kan het niet zijn.”
“Van de 59 leraren haalden er twintig niet het niveau B2 van het Europees referentiekader. Daar schrok ik van. B2 is het niveau dat een inburgeraar moet halen, als hij een hbo-opleiding zoals de lerarenopleiding wil gaan volgen. Dat moeten docenten dus echt gewoon kunnen!”
Mogen onderwijzers dan niet af en toe foutjes maken?
“Iedereen maakt fouten. Maar juist deze beroepsgroep moet de taal overbrengen op de volgende generatie. Als wij willen dat onze kinderen hun taal beheersen, moeten we zorgen dat ze die op school goed aangeleerd krijgen. Dat geldt in het bijzonder voor kinderen die door hun ouders niet goed worden begeleid, omdat er thuis bijvoorbeeld geen Nederlands wordt gesproken.”
Het zijn dus niet alleen allochtone docenten die het Nederlands slecht beheersen?
“Nee. D’s en t’s, tekstopbouw en leesvaardigheid zijn problemen die zowel bij allochtone als autochtone docenten spelen. Wel hebben allochtone docenten vaker moeite met spelling, uitdrukkingen en grammatica. Bij allochtone docenten wordt het probleem trouwens wel meer geaccepteerd dan bij autochtonen.”
Op wat voor soort scholen speelt het probleem?
“Ik vermoed dat het probleem op basisscholen en vmbo-scholen groter is dan op havo’s en vwo’s. Daar zijn namelijk meer docenten eerstegraads bevoegd, wat betekent dat ze een universitaire opleiding hebben gevolgd en gewend zijn lappen tekst te lezen en te schrijven.”
De oorzaak van het probleem ligt dus bij de lerarenopleidingen?
“Dat denk ik wel. Gelukkig wordt er al veel meer aandacht aan besteed dan vroeger. Op universiteiten worden meer eisen gesteld aan de taalvaardigheid van studenten. En op de pabo moeten studenten nu een taaltoets halen, anders moeten ze van de opleiding af.”
“Ik krijg hier wel eens pabo-studenten op bezoek die maar niet kunnen slagen voor hun taaltoets. Op de pabo krijgen ze blijkbaar niet de begeleiding die ze nodig hebben. Of ze durven er niet om te vragen, dat kan ik me ook wel voorstellen. Want wie geeft er nou graag toe dat hij niet weet hoe je de kofschipregel gebruikt?”
“De pabo neemt waarschijnlijk aan dat ze die op de middelbare school of op het mbo wel geleerd hebben, maar dat is kennelijk niet het geval. Misschien stonden daar namelijk wel mensen voor de klas, die het zelf ook niet zo goed wisten. Die cirkel moet doorbroken worden. Als niemand je het leert, kun je het niet.”
TopTaal geeft cursussen aan leraren met taalproblemen. Wat voor soort mensen komen bij jullie?
“De pabo-studenten die moeite hebben met hun taaltoets kunnen we niet helpen, omdat onze cursussen voor hen veel te duur zijn. Er komen bij ons vooral docenten, meestal op eigen initiatief, met een specifiek probleem. Bijvoorbeeld als ze door hun buitenlandse achtergrond een te zwaar accent hebben. Voor een Amsterdamse onderwijsgroep hebben we het onderwijs ondersteunend personeel, de conciërges en telefonistes getraind. En we hebben dus ook wel eens het hele docententeam van een school getoetst en getraind. Maar ik mag niet zeggen over welke scholen het gaat.”
Is het zo’n groot taboe?
Scholen zijn bang dat ze een slechte naam krijgen, omdat men denkt dat ze slechte docenten hebben. Maar de docent biologie of economie kan een geweldige leraar zijn, ook als hij spelfouten maakt. Als een school dan in zijn docenten investeert, door het taalprobleem met een nascholing te verhelpen, vind ik dat ze juist iets heel moois doen.”
Schamen docenten zich als ze taalproblemen hebben?
“Ja. Het onderwijs is heel individualistisch. Als je tekortschiet, ga je dat niet zo snel bespreken met een collega. En al helemaal niet met je werkgever. Maar de spelfouten vallen natuurlijk wel op. Op bijna alle scholen lopen mensen rond die gênante fouten maken. Meestal weet iedereen dat, maar wordt er niet over gepraat. Daar word je als docent natuurlijk verschrikkelijk onzeker van.”
“Laatst had ik een aanvraag van een Nederlandse dame die op de kappersopleiding werkte. Ze wilde haar taal verbeteren, zodat ze voor een andere functie in aanmerking zou kunnen komen. Toen ik haar maar niet te pakken kreeg, belde ik haar school en vertelde dat het om de cursus Nederlandse taal ging. Die mevrouw heeft niet meer teruggebeld, ik vermoed dat het toch te gevoelig werd op het moment dat haar collega’s van het probleem op de hoogte waren. Zonde, want misschien was ze wel de beste docent die je je zou kunnen wensen.”
Wat moet er volgens u gebeuren?
“Het lijkt mij de taak van de schoolleiding om het taalniveau van docenten in de gaten te houden en bespreekbaar te maken. Dat kan toch gewoon in een functioneringsgesprek aan de orde komen? Als er dan een probleem geconstateerd wordt, moet dat erkend worden. Dan kunnen docent en schoolleiding samen nadenken over een bijscholing.”
“Vaak hebben scholen een standaardpakket aan bijscholingscursussen waar docenten gebruik van kunnen maken. Opfriscursussen Nederlandse taal zouden daar wat mij betreft ook gewoon onder moeten vallen. Want dat scholen ervoor dienen te zorgen dat hun docenten goed Nederlands spreken en schrijven, zijn ze volgens mij gewoon verschuldigd aan de maatschappij.”
Wat moeten leraren doen als ze onzeker zijn over hun Nederlands?
“Ze moeten hun probleem aanpakken. De docenten van de vmbo-school die de taaltest slecht gemaakt hadden, waren stuk voor stuk goede docenten, maar ze konden niet schrijven. Ze hebben allemaal een training gevolgd. Achteraf gaven ze aan dat ze blij waren, dat ze dit hadden gedaan. Ze voelden zich zekerder, hadden hun eigen kansen vergroot. Een korte opfriscursus is daarvoor meestal genoeg. Want echt hoor, het is geen rocket science.”
Copyright: Marieke Monden
